Onderwijs

Inleiding
De afgelopen jaren heb ik als woordvoerder onderwijs veel gezegd en geschreven over de stand van zaken met betrekking tot het onderwijs in Nijmegen. Of het nu gaat over de kwaliteit van het onderwijs, het tegengaan van segregatie, het integratieprobleem versus de open wijkschool of de doordecentralisatie van onderwijsgelden naar de scholen, elke keer vallen de deskundigen over elkaar heen als het gaat om waarheden en toekomstbeelden. In een notitie heb ik enige structuur geprobeerd te scheppen in het beeld van het Nijmeegs onderwijsveld en de daarmee samenhangende problematieken. Vooropgesteld is en blijf ik tegen de gedwongen schoolkeuze van ouders om op die manier de groei van witte en zwarte scholen tegen te gaan. Waar begon alle tumult mee? In het collegeakkoord van de PvdA, GroenLinks en de SP wordt fel van leer getrokken tegen de tweedeling in de stad. Terecht wordt gewag gemaakt van een verder voortgaande tweedeling in Nijmegen en dat dit met strakke maatregelen en specifieke aandacht aangepakt moet worden. Tijdens de behandeling van de perspectiefnota is niet alleen door mij, maar ook door collegepartijen vastgesteld dat de genomen maatregelen van dit college niet het gewenste resultaat gehad hebben. Op het gebied van bouwen en wonen, wijkaanpak en onderwijs is onvoldoende vooruitgang geboekt op dit terrein. In deze notitie beperken wij ons tot het brede onderwijsveld in Nijmegen, met als specifiek aandachtspunt de doorontwikkeling en groei van de open wijkscholen.  

De situatie in Nijmegen

In de nog jonge geschiedenis van de open wijkscholen in Nijmegen valt één ding op: scholen, instellingen en de wijk komen nader tot elkaar. De voorzieningen komen naar de kinderen in plaats van andersom. De maatschappelijke voorzieningen zijn sneller beschikbaar, voor de wijkbewoners maar ook voor de school. Het maatschappelijk werk zit in de school en kan op de gang benaderd worden. Sportinstellingen verzorgen bijvoorbeeld gymlessen op school waardoor leerkrachten en leerlingen zich professioneel ondersteund weten. Scholen geven ook aan dat ze de zorg voor kinderen kunnen delen met anderen, met name op terreinen die anders moeilijk beïnvloedbaar zijn. Het aanbod aan zorg is breder dan voorheen. Vanuit verschillende invalshoeken kan worden samengewerkt aan dezelfde thema's zoals: beweging, educatie, zorg en welzijn. Er ontstaan meer mogelijkheden om contact met ouders te hebben en samen verantwoordelijkheid te dragen voor (de opvoeding van) de kinderen. Er zijn nog geen meetbare resultaten beschikbaar maar de eerste geluiden zijn positief
Al eerder in dit artikel is de noodzaak aangegeven om heldere uitspraken te doen over de beoogde doelen in de samenwerking. Ook de condities waaronder betrokkenen om extra inspanningen worden gevraagd moeten goed geregeld zijn. Bij de instelling van een regiegroep (een must) is het gewenst dat de samenwerkingsrelaties goed geregeld zijn evenals een heldere profielschets van een coördinator. Het proces naar de realisatie van de doelen moet goed uitgelijnd worden waarbij inspanningen over en weer goed in kaart zijn gebracht. Een ogenschijnlijk simpele maar toch vaak netelige kwestie is bijvoorbeeld de bepaling wie nu eigenlijk de bouw coördineert, wanneer het schoolgebouw met geld van gemeenten en derden wordt aangepast. Duidelijke afspraken over deze kwestie zijn noodzakelijk. Langzaamaan worden de ervaringen rond deze trajecten in beeld gebracht. De evaluatie van de open wijkschool in Nijmegen geeft nog geen rooskleurig beeld aan. De verankering in de wijk moet nog groeien en de ouders leveren nog te weinig inspanningen.
In de naam ‘Brede School’ zit vervat, dat het daarbij gaat om brede ontwikkelingskansen, breder dan deze waar de traditionele school in het verleden voor stond. Dit betekent dus dat alle talenten aan bod komen. Opgroeien en opvoeden, leren en onderwijzen, speelt zich in een breed
veld af. Daarin bewegen zich heel wat spelers. De Brede School verdient dan het predicaat ‘Kanseninstrumenten’. Inmiddels telt Nederland ruim 500 brede scholen voor basisonderwijs. Op kleinere schaal gebeurt hetzelfde in het voortgezet onderwijs.
Op dit moment telt Rotterdam ongeveer 75 scholen voor voortgezet onderwijs, hiervan zijn er 46 breed. Volgens deskundigen moeten dat er in 2010 zestig zijn.

Het concept in de praktijk

In de praktijk ontstaan echter verschillende concepten ofwel varianten.
In de praktijk van de brede schoolontwikkeling ontstaan verschillende modelvarianten. Het meest eenvoudige is het accommodatiemodel. In dit model streeft men in de regel een efficiënt gebruik van de gebouwen na. Schoolgebouwen worden maar een beperkt aantal uren van de week gebruikt. Naschoolse opvang gebruikt de uren na school. Instellingen voor kunstzinnige vorming en sportclubs gebruiken de lokalen en de gymzaal in de avonduren. Multifunctioneel gebruik levert rendement op in de exploitatie van het (school)gebouw. Het opvangmodel focust vooral op voor- en naschoolse opvang. Sinds jaren is het goed gebruik dat de opvang tussen de middag op school geregeld wordt. Met een hele dagopvang wordt ingespeeld op de behoefte van tweeverdienergezinnen. Het ligt voor de hand dat er afstemming gezocht wordt tussen de pedagogische omgang en de huisregels voor de kinderen. Dit is een kwestie die overigens in alle modellen al snel na de start van de brede school op de agenda staat van de samenwerkende instellingen.

In het zorgverbredingmodel wordt aangesloten op veelal bestaande voorzieningen in de wijk zoals preventieteams waarin gemeente, politie, GGD, welzijnsinstellingen, maatschappelijk werk en jeugdzorg al samenwerken.
De brede school sluit bij deze ontwikkelingen aan waarbij de eerste gerichtheid is om schooluitval, vandalisme, criminaliteit en ander probleemgedrag in de wijk te voorkomen en sociale cohesie te bevorderen. Het continuüm van zorg binnen- en buitenschools wordt zo afgestemd.

De Nijmeegse variant
In veel uitwerkingen van de brede school wordt gekozen voor het onderwijskansenmodel. Samen met maatschappelijke en welzijnsinstellingen, kinderopvang en buurtvoorzieningen wordt gewerkt aan het (gezamenlijk) vergroten van de ontwikkelkansen van kinderen. In Nijmegen worden de open wijkscholen vanuit dit model ontwikkeld in achterstandswijken. Doel is het creëren van voorzieningen en het maximaal benutten van de beschikbare gebouwen. Gemeente, scholen, buurtbewoners en instellingen zoals het maatschappelijk werk, welzijn, sport, kinderopvang en kunstzinnige vorming werken samen ter bevordering van sociale integratie en het creëren van een integrale opvoedingssituatie voor kinderen. Samenwerking strekt zich dan ook uit naar het samen ontwikkelen van een eenduidige aanpak bijvoorbeeld rond sportactiviteiten en taalprogramma's. Gemeente, scholen en instellingen werken per wijk samen in zogenaamde regiegroepen waarin het beleid ten aanzien van de ontwikkeling en instandhouding van de open wijkschool geregeld wordt.
Illustratief in het onderwijskansenmodel is het fenomeen digitale trapveldjes. Bij verschillende open wijkscholen worden computerwerklokalen ingericht met hulp van lokale bedrijven. Het welzijnswerk, het ROC (volwasseneneducatie) en scholen maken samen gebruik van deze voorziening. Deze uitwerkingen zijn natuurlijk niet exclusief. In de praktijk komen tal van mengvormen voor. Echter, één model is meestal dominant. Het is zaak om bij de ontwikkeling van een brede school met de betrokkenen al tot een heldere intentie te komen welk model de inzet is en hoe geven we dat vorm. Gebrek aan gelijkgestemde doelen kan leiden tot samenwerkingsproblemen in de uitvoering.
Scholen die in zee gaan met tal van organisaties om samen een brede school te ontwikkelen lopen tegen een aantal zaken aan.

De kosten gaat voor de baat uit
Ik schets een democratisch opvoedingsperspectief van waaruit het mogelijk is om opvoeding en socialisatie vanuit de verschillende domeinen zoals gezin, school en buurt, beter op elkaar af te stemmen. Wij onderkenen allerlei signalen die erop duiden dat de democratische gezindheid zijn vanzelfsprekendheid makkelijk verder zou kunnen verliezen. Toenemend accent op het eigenbelang, calculerend burgerschap, migratie vanuit landen met minder democratische regimes en cultuur, gebrek aan identificatie met de Nederlandse samenleving, oprukkend fundamentalisme en politieke desinteresse spelen daar volgens ons allemaal een rol in. Ik ben van mening dat juist in een tijd van individualisering, fragmentatie en toenemende diversiteit het algemeen belang een zeer centrale plaats dient te (her)krijgen bij de vormgeving van opvoeding, onderwijs en jeugdbeleid. De democratie en de daarbij behorende omgangsvormen moeten veel sterker naar voren gebracht worden en actief worden gecultiveerd. Opvoeding, onderwijs en jeugdbeleid spelen daarin een cruciale rol.
Ontwikkeling, afstemming en samenwerking vragen veel tijd, tijd die er niet of nauwelijks is. Ondanks het opvoedingsperspectief dat de brede school biedt, en waar niemand nee tegen zegt, slaken met name leerkrachten vaak de verzuchting: zorg nou maar dat wij ons werk goed kunnen doen. De extra inzet die gevraagd wordt van alle betrokkenen dient goed gefaciliteerd te zijn. Als de condities niet in orde zijn (zoals tijd en bijscholing) is het project gedoemd te mislukken. Als de condities niet in orde zijn (zoals tijd en bijscholing) is het project gedoemd te mislukken. Wanneer mensen het schoolgebouw gaan bevolken en van dezelfde voorzieningen gebruik gaan maken, lijdt dit onherroepelijk tot onrust. Goede afspraken over het gebruik van de ruimten en het beheer kunnen ergernis voorkomen. In een dergelijk samenwerkingsverband is het goed te beseffen dat de oorspronkelijke doelstellingen van elk van de afzonderlijke instellingen langzaam zullen veranderen. Een voortdurende reflectie op eigen beelden en verwachtingen draagt bij aan het langzaam ontwikkelen van een nieuw perspectief en een gezamenlijke aanpak.  

Integratie

Ik ben van mening, dat een goed functionerende open wijkschool ofwel Brede School een bijdrage kan leveren aan Integratie van allochtone en autochtone kinderen en ouders in hun wijk en dus de segregatie kan tegen gaan. Onderwijs vormt immers de ruggengraat van een samenleving in ontwikkeling. De verdere bevordering van de kwaliteit van het onderwijs ligt in het verlengde hiervan. De inrichting van de leefwereld van de basisschoolleerlingen dient te worden geoptimaliseerd, zodat er een voedingsbodem ontstaat voor de verdere ontwikkeling van het kind. De school is de verbindingsplaats voor de ontwikkeling van kinderen in hun sociale context. Een aantal kinderen bezit een natuurlijke drive om te willen leren, bij anderen ontbreekt dit. Ouders spelen in een kinderleven de belangrijkste rol, bieden bescherming en veiligheid, vervullen een voorbeeldfunctie, brengen waarden en normen bij, stimuleren en leren. Kinderen weten vaak niet wat van hen wordt verwacht. Hikken aan tegen de ernst van het echte leven. Veel is gebaseerd op beeldvorming. Om de kloof te verkleinen is het zinvol de buitenwereld meer in de school te brengen. Er kunnen allerlei externe omstandigheden hierbij een rol spelen: een slechte thuissituatie, weinig stimulerende omgeving, een onveilige thuis/buurtsituatie, het ontbreken van een basis aan communicatievaardigheden. Veel omgevingsfactoren worden in allerlei lokale gemeentelijke stimuleringsprogramma’s bijvoorbeeld via het Grote Steden Beleid (GSO), bijgestuurd en beïnvloed.
Consumentisme
Wanneer scholen zich niet duidelijk positioneren middels een actieve en professionele dialoog over wat nodig is, dan ligt het voor de hand, dat individu en markt elkaar gemakkelijk vinden in plat consumentisme. Dat kan nooit de bedoeling zijn van ‘vrijheid van schoolkeuze’. In Nijmegen hanteren we al langer slogans als ‘Opvoeden doe je (zeker) niet alleen!’ en ‘It takes a whole village to raise a child’. Willen we dat waar maken, dan is het aanzwengelen van continue dialoog over belangrijke thema’s als onderstaande van belang:
• Vrijheid van schoolkeuze en bevorderen van integratie;
• Vraagsturing versus aanbodsturing;
• Waarden en normen in het onderwijs;
• Veiligheid op school;
• Gezamenlijk dossier of portfolio voor kinderen en jongeren vanaf geboorte tot volwassenheid (Kinddossier).
Ik ben van mening, dat de oplossingsrichtingen waarvoor de drie schoolbesturen van primair onderwijs hebben gekozen op een bijeenkomst in het Triavium op donderdag 20 september 2007 een bijdrage kunnen leveren om de segregatie in het primair onderwijs tegen te gaan. Maar dit moet dan wel gebeuren in een open communicatie met de ouders van hun leerlingen. Naast deze oplossingsrichtingen geldt voor mij ook nog, dat een basisschool in de wijk een multifunctioneel centrum moeten zijn voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Binnen dit centrum verzorgen verschillende participanten binnen- en buitenschoolse activiteiten. Daarbij is de inzet om samen intensief te werken aan de optimale ontwikkeling en integratie van alle kinderen. Ik vind dat in principe in elke afgeronde wijk één onderwijsvoorziening moet zijn. De verdere ontwikkeling en uitbouw van de open wijkscholen passen bij dit uitgangspunt.

 

Van Aandachtswijk naar Krachtwijk

In april 2007 is het Gelders coalitieakkoord 2007-2011 ‘Gelderland maakt het verschil’ vastgesteld. De provincie zal onverkort het Gelders Stedelijk Ontwikkelingsbeleid onverkort doorzetten. Voor het einde van 2007 zal de provincie voor GSO III en RPS besluiten welke projecten met welke bedragen worden gehonoreerd. De wijk Hatert is een van de 40 wijken die in het actieplan van minister Vogelaar wordt opgenomen. Binnen MOP III past de verdere ontwikkeling van de Brede School binnen de domeinen: veiligheid, inburgering en integratie, onderwijs en jeugd en maatschappelijke zorg.
In de open wijkscholen in Hatert is de bedoeling dat iedereen mee doet. Een voorwaarde hierbij is dat de kinderen zich op school veilig voelen. Er moet op school een veilig klimaat heersen, want dat pas krijgen de kinderen de ruimte om zich te ontwikkelen. Als kinderen zich veilig voelen op school, zullen ze er ook graag naar toe gaan. Ook voor de leerkrachten is sociale veiligheid belangrijk. Voor hen is het ook prettiger om in zo’n school te kunnen werken. Verder zijn er de ouders, die hun kinderen met een gerust hart naar school kunnen sturen als zij weten dat de school veilig is. Tot slot is het ook voor bezoekers belangrijk dat het binnen de school sociaal veilig is, zij kunnen hun bezigheden dan op een geruste manier verrichten. Een term die veel met de sociale veiligheid te maken heeft is ‘pedagogisch klimaat’. Als het sociaal pedagogische klimaat goed is, dan is dat een goede voorbereiding op een sociaal veilige school en zal dat ook zijn uitwerking hebben op de schoolomgeving, de wijk. De interesse van de overheid voor het pedagogische klimaat is echter niet zo vreemd. De samenleving heeft in de laatste tien jaar heel wat veranderingen ondergaan. Die veranderingen hebben eveneens hun invloed gehad op school en gezin. De traditionele gezinsvorm, waar vader buitenhuis werkt en moeder door de weeks de kinderen voor een groot deel opvoedt en de huishouding verzorgt, komt steeds minder vaak voor. De open wijkscholen de Vossenburcht en de Klumpert werken samen met Tandem-Welzijnsorganisatie, Kion-Peuterspeelplaats Paradijsje, Huiskamer de Boemerang en OuderKinderCentrum de Paraplu. Daarom vind ik het noodzakelijk, dat er blijvend wordt geïnvesteerd in de beide open wijkscholen. Daarnaast zal er ook geïnvesteerd moeten worden in de andere open wijkscholen in Nijmegen. Ook zal er gekeken moeten worden of in andere wijken zoals bijvoorbeeld in Brakkenstein op korte termijn geen dertiende open wijkschool kan ontstaan. Er staan wijkplannen in Brakkenstein op stapel en het zou nu het moment moeten zijn om in die plannen een voorziening als een open wijkschool op te nemen.

Stadsbegroting 2008-2011
Tijdens de behandeling van de stadsbegroting 2008-2011 heb ik bij motie het college van Nijmegen opdragen om in de aanvraag GSO III een dermate grote middeleninzet te vragen en in te zetten voor de open wijkscholen, zodat de open wijkscholen de komende 4 jaar zich verder kunnen ontwikkelen en een gedegen bijdragen kunnen leveren aan de doelstellingen van sociale samenhang en integrale wijkontwikkeling. Dit natuurlijk in samenhang met de brede pedagogische taakstelling.


Gerelateerde onderwerpen


.: Twitter :.

.: Actueel :.

Momenteel zijn er nog geen items voor 2007
lees meer...

.: Weblog :.

.: Agenda :.

december 2018
«    »
ma di wo do vr za zo
  1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31  

.: Navigatie :.

Contact formulier
Gastenboek
Sitemap
Printvriendelijk
Inloggen

.: Diverse :.

Columns

.: Jouw mening :.

Gymnastiekles terug op basisscholen
Jouw mening a.u.b.
  Ja
  Nee
 
Totaal aantal stemmen : 33