Zorg

Leerlingenzorg
Op school, in het gezin, in de wijk en op straat kunnen kinderen tegen problemen aanlopen die ze zelf moeilijk of soms helemaal niet kunnen oplossen. Scholen, politie, jeugdagent, Bureau Jeugdzorg, justitie, schoolarts, schoolmaatschappelijk werk proberen adequaat ondersteuning aan deze kinderen te geven. Gelukkig beschikken we in Nederland over deskundigen en hardwerkende professionals. En toch lezen we regelmatig in de krant, dat het nogal eens mis gaat, omdat de samenwerking en regie nog voor veel verbetering vatbaar zijn. Samenwerking op het gebied van ondersteuning van kinderen op het niveau van de overheid, op het niveau van bestuur en management van scholen en instanties voor jeugdhulpverlening en op het niveau van professionals in de verschillende instituten en instellingen.

Begeleiding van leerlingen op school vraagt om goed functionerende interne zorgstructuren waar problemen van leerlingen tijdig gesignaleerd worden, waar over leerlingen gesproken wordt en waar onder andere consultatie en intervisie plaatsvinden. Wanneer de problemen echter te complex zijn, worden leerlingen vaak tijdig doorverwezen naar bovenschoolse voorzieningen.

Naast het lesgeven houden docenten in het voortgezet onderwijs zich ook bezig met het begeleiden van leerlingen. Vaak is een docent ook mentor van een klas. De school wordt steeds meer belast met zorgtaken. In eerste instantie wordt de mentor hiermee belast. Wanneer het probleem de mentor overstijgt dan wordt de leerlingbegeleider ingeschakeld. Vaak is er op school een intern zorgteam. In dit zorgoverleg worden leerlingen besproken die door de mentor zijn ingebracht. Wanneer de hulpvraag van de leerling om externe expertise vraagt, wordt deze doorverwezen naar een bovenschoolse voorziening en vindt een aanmelding plaats bij het zorgadviesteam (ZAT). Het ZAT is een multidisciplinair overleg ten behoeve van leerlingenzorg in het voortgezet onderwijs. Aan dit overleg nemen naast vertegenwoordigers van de school ook functionarissen van externe voorzieningen deel. Het ZAT is een vast onderdeel van de zorgstructuur van een school voor voortgezet onderwijs.

Een school moet mijns inziens actief en dynamisch zijn, waar leerlingen zich veilig en geborgen voelen. De leerlingen worden gestimuleerd om verantwoordelijkheid te dragen voor het vormgeven van het eigen leerproces en voor de keuzes die daarvoor nodig zijn. Met andere woorden: ‘Ontdek zelf, waar je goed in bent’. Om dit te bereiken zal elke leerling een verschillende behoefte aan ondersteuning voelen. Het systeem van leerlingbegeleiding moet zodanig opgezet zijn, dat op een breed terrein ondersteuning kan worden geboden. Preventief handelen heeft volgens mij een hogere prioriteit dan ‘achteraf’ zorgvragen oplossen. Om de zorg goed te kunnen structureren, moeten de zorgspecialisten steeds meer functioneren als adviseur voor docenten. Versterking van het mentoraat als spil van de begeleiding is een absolute voorwaarde. Daarnaast is een verdere ontwikkeling van een adequaat zorgaanbod op zowel sociaal-emotioneel als cognitief gebied van groot belang. Er moet op school worden gestreefd naar samenhang binnen geïntegreerde leerlingbegeleiding en het zorgadviesteam .

Het leerlingvolgsysteem moet bestaan uit de volgende elementen: signaleren, diagnosticeren, het schrijven van handelingsplannen, het uitvoeren ervan, evalueren en eventueel bijstellen. Dit moet een waarborg zijn voor een continu op de leerling gericht proces. Daarnaast moet er integratie plaats kunnen vinden in het reguliere traject van leerlingen met zogenaamde ‘onzichtbare’ handicaps, zoals dyslexie, ADHD, dyscalculie, dysfasie, dyspraxie, NLD, syndroom van Asperger, PDD-NOS en autisme. De school gaat uit om leerlingen ongeacht hun talenten en sociale achtergrond goed onderwijs te bieden en met zorg voor te bereiden op het vervolgonderwijs of op een volwaardige plek in de maatschappij. De school moet ook zo goed mogelijk haar zorgplicht invullen. Die zorgplicht wordt in 2010 uitgebreid. Elke leerling die zich aanmeldt, krijgt een passende plek op school. Dus ook voor leerlingen die extra zorg en begeleiding nodig hebben. Uitgangspunt hierbij is de kwaliteiten en capaciteiten van de leerling. In het zorgplan van de school wordt beschreven op welke gebieden en met welke teams de school zorg biedt. Daarnaast moet op school steeds meer de mogelijkheid zijn om docenten te scholen om deskundig te worden op het gebied van zorg. Ook zal de school op deelgebieden met specialisten moeten gaan werken. Heeft de school op bepaalde gebieden geen expertise in huis, dan kan de school deskundigheid tijdelijk in huis halen om de docenten hierin te ondersteunen. Steeds meer taken kunnen daarna zelf op school worden verricht, zoals het schrijven van handelingsplannen, het maken van testen en het verrichten van onderzoeken. Het is voor de meeste docenten vanzelfsprekend dat zij in de loop van hun loopbaan opleidingen en cursussen volgen om daarmee hun professioneel handelen te optimaliseren. Een professional voor de klas en in de schoolorganisatie is van groot belang om binnen het onderwijs adequaat en vol zelfvertrouwen te kunnen handelen. Zeker als het gaat om de speciale leerlingenzorg.

Gerelateerde onderwerpen


.: Twitter :.

.: Actueel :.

Momenteel zijn er nog geen items voor 2007
lees meer...

.: Weblog :.

.: Agenda :.

december 2018
«    »
ma di wo do vr za zo
  1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
31  

.: Navigatie :.

Contact formulier
Gastenboek
Sitemap
Printvriendelijk
Inloggen

.: Diverse :.

Columns

.: Jouw mening :.

Gymnastiekles terug op basisscholen
Jouw mening a.u.b.
  Ja
  Nee
 
Totaal aantal stemmen : 33